Opiniestuk 2019

Een nieuw rapport van het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek toont aan dat heel wat kankers vermijdbaar zijn. Het is goed dat dit nog eens duidelijk gemaakt wordt maar eigenlijk weten we al lang dat de meeste chronische aandoeningen voor een groot deel vermijdbaar zijn.

Volgens een studie gepubliceerd in Science zijn ook de meeste andere chronische aandoeningen potentieel vermijdbaar door levensstijlaanpassingen. Hart- en vaatziekten (nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak) zijn in acht op de tien gevallen vermijdbaar en bij diabetes types 2 is zelf 90% vermijdbaar. Natuurlijk, vroeg of laat sterven we allemaal maar dat hoeft niet te lijden tot fatalisme. Levensstijl speelt een grote rol en zelfs als je drager bent van bepaalde risicogenen kun je door levensstijl het risico op ziekte verlagen en je levenskwaliteit verhogen. Gezonde levensstijl steunt op verschillende pijlers zoals voeding en beweging maar ook omgaan met stress, sociale steun, slaap, zingeving en omgeving.

Iedereen draagt bij al deze pijlers een persoonlijke verantwoordelijkheid maar we moeten ons hoeden om mensen te culpabiliseren. Vooreerst kun je gezond leven en toch ziek worden (en –voor de happy few- omgekeerd). Ons gedrag is ook voor een groot deel mee bepaald door de omgeving waarin we opgroeien. Het is dan ook geen toeval dat kwetsbare groepen (mensen in armoede, gevangenen…) doorgaans ongezonder leven en ook meer chronische aandoeningen krijgen dan hoogopgeleiden met een goedbetaalde boeiende job. Het is daarom belangrijk dat de wetenschappelijke inzichten over de mogelijkheden van levensstijl in de geneeskunde of bij preventie doorstromen naar een zo breed mogelijk publiek.

Daarom willen we pleiten voor een aantal concrete aanpassingen om ‘levensstijl als geneesmiddel’ meer op de kaart te zetten.

Ten eerste moet de levensstijlgeneeskunde een volwaardige plaats krijgen naast de meer technische geneeskunde die vooral met geneesmiddelen en chirurgie werkt. Eenvoudige zaken zoals dagelijks een half uur wandelen, ontspanningstechnieken als yoga en meditatie, verse voeding die voornamelijk uit groenten en fruit bestaat en, niet te onderschatten, goede sociale relaties zijn een probaat middel om de meeste chronische aandoeningen te voorkomen en in sommige gevallen zelfs in te tomen of de ziekte ‘om te keren’ (zoals het met diabetes type 2 meer en meer gebeurt). Het recept van Dr. Ornish, een van grondleggers van levensstijlprogramma’s om ernstige aandoeningen aan te pakken (US) : ‘eet goed, beweeg meer, ont-stress en heb meer lief’ lijkt belachelijk eenvoudig en is lang op hoongelach onthaald maar studie na studie toont aan dat het werkt, vaak beter dan de invasieve high-tech geneeskunde waarvan de kosten stilaan onhoudbaar worden.

Ten tweede moet de overheid de inspanningen verhogen om gezonde keuzes makkelijker te maken.

Het terugdringen van roken is daar een mooie illustratie van. De duizenden rokers (en passieve rokers!) die jaarlijks sterven zijn vaak begonnen met roken omdat er vroeger volop reclame gemaakt werd en er, vaak tegen alle wetenschappelijke evidentie in, gelobbyd werd om de promotie en verkoop van tabak ongehinderd te laten doorgaan. We moeten de rokers niet verketteren maar overheidsmaatregelen helpen wel om het aantal doden ten gevolge hiervan, terug te dringen. Het blijft natuurlijk niet beperkt tot roken. Ook op het vlak van voeding heeft men de consument, o.a. door driftig lobbywerk, bestookt met ongezonde producten, daarbij goed gebruik makend van de bestaande hiaten en discussies binnen de wetenschap. Omgekeerd hebben overheidsmaatregelen, zoals het geleidelijk terugdringen van het zoutgehalte in de voeding, tot grote gezondheidswinst geleid. De doden die het gevolg zijn van vermijdbare aandoeningen, halen zelden het nieuws. Echter vaak gaat het om groter groepen die door relatief eenvoudige interventies een vroegtijdiger overlijden wordt bespaard.

Helaas vraagt het soms onpopulaire maatregelen zoals rookverbod, beperken van zonnebanken, taksen op ongezonde producten, beperken van luchtvervuiling door o.a. houtkachels, stoppen met subsidiëren van ongezonde zaken zoals kerosine voor vliegtuigen, enz. Nee, velen (waaronder ook wijzelf vaak) vinden dat niet leuk …. Maar de vraag blijft : hoe hoog mag de prijs zijn (in aantal vermijdbare sterfgevallen) om die maatregelen niet te treffen?

Een derde concrete manier om chronische aandoeningen aan te pakken betreft de terugbetaling.
Tot nu is de ziekteverzekering en ziekenzorg nog teveel gebaseerd op het principe dat we wachten tot de problemen zichtbaar worden en dat er dan ingegrepen wordt. Veelal worden dan de symptomen aangepakt met geneesmiddelen en als de patiënt aan de dokter vraagt: “hoe vaak en hoe lang moet ik dit nemen?”, luidt het antwoord dikwijls: “elke dag, voor de rest van uw leven”. Levensstijlaanpassingen zijn in vele gevallen een beter alternatief: ze kosten minder, zijn effectief en ze werken op het basismechanisme van onze gezondheid waardoor we op alle vlakken gezonder worden én ons beter gaan voelen. Het is dus niet dat we pleiten om een heel leven af te zien door onszelf allerlei geneugten te ontzeggen. Integendeel, zaken zoals wandelen, ont-stressen, zelf koken met verse ingrediënten, tijd maken voor jezelf en de mensen om ons heen zullen de meesten van ons verwelkomen. Meer en meer mensen maken bewust dergelijke keuzes maar helaas is het niet voor iedereen mogelijk, bijvoorbeeld om financiële redenen. Maar veel mensen willen wel en patiënten die gecombineerde levensstijlprogramma’s volgen, zoals van de eerdergenoemde Dean Ornish, blijken de nieuwe levensstijl opmerkelijk goed vol te houden waarbij de ‘therapietrouw’ is veel hoger blijkt dan bij het voorschrijven van geneesmiddelen of een dieet. Wordt het dan nu niet de hoogste tijd om als maatschappij daarin investeren in plaats van louter in dure geneesmiddelen die vooral op symptomen gericht zijn en ervoor moeten zorgen dat we nog even kunnen verder ploeteren voor het ons fataal wordt? En zouden artsen niet meer levensstijl als ‘eerste keus’ behandeling voorschrijven? Uit onderzoek blijkt overigens dat elke euro die men zo investeert een meervoud aan besparingen oplevert. Een goed voorbeeld is ‘bewegen op voorschrift’. In een volgende stap zou men dan ‘begeleide levensstijlinterventies’ kunnen vergoeden die hun nut bewezen hebben én die op vrij korte termijn kostenbesparend blijken. Acht van de top tien ‘genees’middelen die het RIZIV terugbetaalt dienen in veel gevallen om ongezonde levensstijl te corrigeren. Het is o.a. ook daarom hoog tijd dat de opleidingen binnen de gezondheidszorg (geneeskunde, verpleegkunde, psychologie, kine…) meer aandacht aan levensstijlgeneeskunde besteden. Stilaan begint het te bewegen. Vorig jaar vond aan de VUB het eerste congres in België ‘Levensstijl als Medicijn’ (of kortweg LifeMe) plaats en dat sprak alvast een breed publiek aan. Andere signalen komen van bijvoorbeeld de CM dat zichzelf omvormde van ziekenfonds tot gezondheidsfonds. Kortom, er lijkt een beweging ingezet die gelukkig op steeds meer steun kan rekenen.

Het onderzoek op vlak van levensstijlgeneeskunde kan hierbij best wat meer steun krijgen. Reeds 20-30 jaar geleden werden studies gepubliceerd die aantoonden dat levensbedreigende cardiovasculaire aandoeningen en zelfs sommige vormen van kanker (prostaatkanker in een vroeg stadium, Ornish et al, 2005) konden aangepakt worden met levensstijlaanpassingen. Dergelijke veelbelovende resultaten verdienen meer aandacht en vervolgonderzoek maar levensstijl, kan je niet in 1 2 3 patenteren en verkopen en dus moeten we rekenen op de overheid om daar geld in te investeren.

Tenslotte dient levensstijl een volwaardige plaats te krijgen in het onderwijs. Immers, jong geleerd….

Om bovenstaande visie te promoten vragen ondergetekenden (onderzoekers, zorgverleners en ervaringsdeskundigen) om meer in te zetten op ‘levensstijl als medicijn’. De tijd is er rijp voor!

Reginald Deschepper, medisch antroploog, VUB

Christel Fontaine, oncologe, UZ Brussel

Nancy Gheysens, MSc

Hendrik Cammu, gynecoloog, UZ Brussel

Dirk Van Giel, ervaringsdeskundige diabetes type 2 en obesitas

Yannick Pots, Jurist

Julie Vanderlinden, gezondheidsspecialist, KULeuven

Marie D’Hooghe, neurologe, VUB

Charlotte Pots, ervaringsdeskundige diabetes type 1 

Stefaan Six, medisch antropoloog, VUB

Yala Deschepper, sociaal verpleegster

Judith Niekel-Sjoerds, levenspsychologe

Steven Laureys, professor a/h UZ Sart Tielman te Luik

Angelique Pollen, levenscoach, dienstverlener TRE

Jean-Marie Ryon,

Pia Cox,

Marie-Hélène DEPLOIGE,

Rita D’Hont, ex-kanker en hartpatiënt

Marc Van der Meeren,

Myriam Claeys, SOLAAS, psychologe, dermatologe

Dr. Bert Lefevre, arts, “Functionele Geneeskunde”

Eveline Colpaert,

Dylan Callens,

Renaat Seurynck, arts

Nina Watté, studente radiologie

Elisabeth De Wachter,

Sabine MARICHAL, arts, hoofd Onco- & Hematologie

Veerle Pauly, Equine Assistent coach

Crien Heyde,

Peter Vanden BERGHE,

Hendrik Cortens,

Lies Nijs,

Nancy Everaerts,

Isabel Dobbelaere,

Yorka Trappeniers,

Marieke Janssen,

Mariella Debille,

Longrée Robert,

Koen Rowies,

Kris Permentier,

Marieke Schelkekens,

Nathalie Bernheim, Geneesheer-specialist,

Defraeye Nicky, body-mind-nutrition coach,

Roger Van Dycke,

Suys Els, Gerontologe, directie WZC Residentie Het Prieelshof

Kriger Dominique,

Daniel Verbruggen-Ibens,

Carl Onghena,

Ann Tilman, gids voor natuur- en bostherapie

Beatrix Delvaux,

Liza Musch, Gerontologe en Drs in de Medische Wetenschappen

U vindt hieronder een registratieformulier waarop u ons Opiniestuk kunt ondertekenen.

Uw bevestiging wordt in dank aanvaard.